Ergonomisch werken - 'Onderzoek laat zien wat organisaties moeten regelen'

logo_passievoorzorg
logo_solutions2care
logo_standupsolutions

Veilige transfers vragen meer dan een hulpmiddel:

onderzoek laat zien wat organisaties moeten regelen

Patiënt- en cliënttransfers behoren tot de fysiek zwaarste handelingen in de zorg. Hogerop plaatsen in bed, draaien, ondersteunen bij het opstaan of verplaatsen van bed naar stoel: het zijn dagelijkse handelingen die bij herhaling een grote belasting vormen voor rug, nek en schouders.

Uit Deens onderzoek (bron: Magasinet Arbejdsmiljø: 'Forflytninger giver store belastninger i plejesektoren', Jens Kristian Dreyer, 14 februari 2022) blijkt dat zorgmedewerkers die consequent hulpmiddelen gebruiken bij transfers, hun risico op rugletsel aanzienlijk kunnen verlagen. Technische oplossingen zoals plafondliften en ondersteunende bedden verminderen de fysieke belasting duidelijk ten opzichte van transfers zonder hulpmiddel.

Dat klinkt als een bevestiging van wat we al weten: zet een passend hulpmiddel in en de belasting neemt af. Toch laat het onderzoek vooral iets anders zien.

De echte vraag is niet alleen welk hulpmiddel beschikbaar is, maar of de organisatie ervoor zorgt dat medewerkers het in de dagelijkse praktijk daadwerkelijk kunnen én willen gebruiken.

Cliëntgericht

Veilig

Methodisch

Samen

In een eerdere blog schreven we al dat een transferhulpmiddel aanschaffen niet genoeg is. Het hulpmiddel moet passen bij de cliënt, de beweging, de omgeving en de mogelijkheden van de medewerker. Bovendien moeten medewerkers aantoonbaar weten hoe zij het veilig en cliëntgericht gebruiken.

Het Deense onderzoek onderstreept dit. Een hulpmiddel kan de lichamelijke belasting sterk verminderen, maar verkeerd gebruik kan juist tot extra belasting leiden. Ook wordt een hulpmiddel gemakkelijk overgeslagen wanneer het niet direct beschikbaar is, medewerkers onvoldoende vaardig zijn of de transfer “maar even snel” moet gebeuren.

Dat betekent dat aanschaf pas het begin is. Het werkelijke effect ontstaat door de combinatie van:

  • een methodische analyse van de zorgsituatie;
  • het juiste hulpmiddel bij de juiste cliënt en handeling;
  • directe beschikbaarheid op de werkplek;
  • praktische training en herhaalde instructie;
  • duidelijke afspraken in het zorg- of transferplan;
  • evaluatie en duurzame borging.

De vraag is dus niet: Hebben we een hulpmiddel?

De betere vraag is: Hebben we het zo georganiseerd dat het hulpmiddel op het juiste moment goed wordt gebruikt?

Eenvoud en herkenbaarheid helpen

De regio Midden-Jutland koos voor een overzichtelijke aanpak met vijf veelgebruikte transferhulpmiddelen. Deze zogenoemde “Fantastic Five” kunnen volgens de regio bij ongeveer 90 procent van de transfers worden ingezet.

De kracht van deze aanpak zit niet alleen in de hulpmiddelen zelf. Door het aantal oplossingen overzichtelijk te houden, kunnen medewerkers er vaker mee oefenen, elkaar gemakkelijker helpen en dezelfde werkwijzen hanteren. Dat is extra belangrijk in een sector met personeelswisselingen, tijdelijke medewerkers en hoge werkdruk.

Een geavanceerd hulpmiddel dat in de opslag staat en dat niemand goed kan bedienen, vermindert geen fysieke belasting. Een bekend, passend en direct beschikbaar hulpmiddel dat onderdeel is van de dagelijkse werkwijze doet dat wel.

Zorgzwaarte wordt zichtbaar tijdens de transfer

Het onderzoek sluit ook aan bij onze blog Zorgzwaarte is geen cliëntprobleem, maar een organisatievraagstuk.

Wanneer een cliënt minder zelfstandig wordt, verandert niet alleen de transfer. De verandering werkt door in de hele organisatie.

Misschien zijn voortaan twee medewerkers nodig. Misschien past het aanwezige hulpmiddel niet meer bij de mobiliteitsklasse of prognose van de cliënt. Mogelijk biedt de kamer onvoldoende ruimte, ontbreekt tijd in de planning of beschikken niet alle medewerkers over de juiste vaardigheden.

Wat tijdens één transfer zichtbaar wordt, kan daarom niet uitsluitend door de individuele zorgmedewerker worden opgelost.

Duurzaam

ergonomisch

Veilig

bekwaam

De organisatie moet onderzoeken wat nodig is op het gebied van:

  • personeelsinzet en planning;
  • kennis en vaardigheden;
  • hulpmiddelen en technologie;
  • ruimte en inrichting;
  • werkafspraken en verantwoordelijkheden;
  • budget en besluitvorming.

Als een hulpmiddel niet binnen handbereik is, is dat geen individueel gebrek aan motivatie. Als scholing ontbreekt, is verkeerd gebruik niet alleen een medewerkersprobleem. En als de planning geen ruimte laat om veilig te werken, kan een zorgprofessional dat niet duurzaam oplossen door harder te werken.

Investeren in veilige transfers loont

De resultaten uit Midden-Jutland laten zien wat een samenhangende aanpak kan opleveren. Tussen 2013 en 2020 daalde daar het aantal transferongevallen met 30 procent. Het bijbehorende ziekteverzuim nam zelfs met 70 procent af.

Volgens een regionale berekening werden de extra investeringen in hulpmiddelen, training en instructie ongeveer driemaal terugverdiend door efficiëntere werkprocessen en minder ziekteverzuim.

Dat maakt veilige transfers niet alleen een arbo- of scholingsvraagstuk. Het is ook een strategische keuze rond inzetbaarheid, continuïteit en de betaalbaarheid van zorg.

Van individueel handelen naar organisatorisch vermogen

De rode draad is helder: duurzame verbetering ontstaat niet door één product, één training of één betrokken medewerker.

Er is een samenhangende werkwijze nodig:

  1. Signaleren
    Waar ontstaan fysieke belasting, vertraging of onveilige situaties?
  2. Analyseren
    Wat kan de cliënt zelf, welke beweging is nodig en welke factoren veroorzaken de belasting?
  3. Organiseren
    Welk hulpmiddel, welke deskundigheid, personeelsinzet en ruimte zijn noodzakelijk?
  4. Toepassen
    Kunnen medewerkers de afgesproken werkwijze veilig, cliëntgericht en praktisch uitvoeren?
  5. Evalueren en borgen
    Werkt de gekozen oplossing nog wanneer de cliëntsituatie, het team of de werkomgeving verandert?

Deze lijn sluit aan bij het Vita-Care Methodisch Denkkader: de goede dingen doen, de dingen goed doen, de dingen beter doen en medewerkers in staat stellen het uiteindelijk zelfstandig te doen.

De belangrijkste conclusie

Hulpmiddelen kunnen de fysieke belasting bij transfers aanzienlijk verminderen. Maar alleen wanneer de organisatie de voorwaarden voor goed gebruik creëert.

Daarom moeten we verder kijken dan de aanschaf van een product en verder vragen dan wat een individuele medewerker anders kan doen.

De cliëntsituatie is het vertrekpunt. Het hulpmiddel is een onderdeel van de oplossing. Maar veilig, gezond en haalbaar werken is uiteindelijk een organisatievraagstuk.

Wilt u weten waar transfers binnen uw organisatie onnodig zwaar zijn en welke combinatie van hulpmiddelen, vaardigheden en organisatorische maatregelen nodig is?

Vita-Care onderzoekt dit samen met zorgmedewerkers, Ergocoaches, behandelaren en leidinggevenden in de dagelijkse praktijk.