Mobiliteitsdynamiek

Waarom een mobiliteitsklasse alleen niet genoeg is

logo_passievoorzorg
logo_solutions2care
logo_standupsolutions

Een mobiliteitsklasse vertelt veel. Maar niet het hele verhaal.

Bij een hulpvraag rondom transfers, fysieke belasting of de inzet van hulpmiddelen wordt vaak gestart met een meeloop- of meekijkactie. Tijdens zo'n observatie bekijken we hoe een cliënt zich op dat moment verplaatst en welke ondersteuning nodig is. Op basis daarvan wordt vaak een mobiliteitsklasse vastgesteld. Niet zelden wordt deze vervolgens vastgelegd in het zorgplan en vormt deze de basis voor de dagelijkse zorg.

Dat is een waardevolle manier van werken.

Maar tegelijkertijd is het ook een momentopname.

Clientreis

Mobiliteitsdynamiek

Integraal denken

Toekomstgericht

Mobiliteitsdynamiek

Want wat gebeurt er wanneer dezelfde cliënt aan het einde van de middag veel vermoeider is? Of juist na een succesvolle revalidatie meer zelfstandig kan? Of wanneer een progressieve aandoening ervoor zorgt dat de mobiliteit geleidelijk afneemt?

Ik kijk daar bewust anders naar.

Voor mij geeft een mobiliteitsklasse inzicht in wat een cliënt op één moment kan. Maar mobiliteit is geen vast gegeven. Ze verandert door vermoeidheid, herstel, ziekte of de natuurlijke ontwikkeling van een aandoening.

Juist die ontwikkeling bepaalt welke ondersteuning vandaag én morgen nodig is.

Dat noem ik mobiliteitsdynamiek.

De mens past niet in één hokje

Mobiliteit is voortdurend in beweging. Soms verandert zij gedurende de dag. Soms gedurende een revalidatietraject. Soms door een progressieve aandoening. En soms zelfs van uur tot uur.

Toch baseren we keuzes voor hulpmiddelen, werkwijzen en investeringen vaak op één observatiemoment.

Daarmee lopen we het risico dat we investeren in een oplossing die vandaag passend lijkt, maar morgen alweer onvoldoende aansluit bij de zorgvraag.

Een mobiliteitsklasse is daarom voor mij geen eindpunt.

Het is een vertrekpunt.

Wat is mobiliteitsdynamiek?

Mobiliteitsdynamiek beschrijft niet alleen wat iemand vandaag kan.

Het beschrijft vooral hoe mobiliteit zich ontwikkelt.

Juist die ontwikkeling bepaalt welke ondersteuning nu én straks nodig is.

Niet de foto van vandaag. Maar de film van morgen, heden en toekomst.

Vijf vormen van mobiliteitsdynamiek

Ik onderscheid 5 mobiliteitsprofielen die onder de mobiliteitsdynamiek vallen:

Werkbare zorg

Zelfredzaamheid

Zelfredzaamheid

Toekomstbestendig

🟢 Stabiel

De mobiliteit blijft langere tijd vrijwel gelijk.

Voorbeelden

  • langdurige dwarslaesie
  • stabiele neurologische aandoeningen
  • chronische lichamelijke beperkingen

De investering richt zich vooral op langdurige ondersteuning, comfort en duurzame inzet.

🟡 Dagfluctuatie

De mobiliteit verandert gedurende de dag.

's Ochtends lukt veel zelfstandig.

Aan het einde van de dag is meer ondersteuning nodig.

Voorbeelden

  • Multiple Sclerose (MS)
  • Parkinson
  • COPD
  • hartfalen

Hier moet een hulpmiddel flexibel kunnen meebewegen met de wisselende belastbaarheid.

🟠 Progressief

De mobiliteit neemt geleidelijk af.

Voorbeelden

  • ALS
  • spierziekten
  • Parkinson
  • dementie met lichamelijke achteruitgang

Juist hier is vooruitkijken essentieel. Een investering moet kunnen meegroeien met de veranderende zorgvraag.

🔵 Herstel

De mobiliteit neemt juist toe.

Voorbeelden

  • CVA
  • heupfractuur
  • orthopedische revalidatie
  • geriatrische revalidatie

Ondersteuning verandert stap voor stap mee met het herstel.

🟣 Wisselend

De mobiliteit is moeilijk voorspelbaar.

Goede dagen worden afgewisseld met slechte dagen.

Voorbeelden

  • Long COVID
  • ME/CVS
  • reumatoïde artritis
  • oncologische aandoeningen tijdens behandelingen

Hier vraagt iedere dag opnieuw om een zorgvuldige afweging.

Waarom is dit belangrijk?

Wanneer mobiliteit verandert, verandert veel meer dan alleen een transfer.

Het heeft invloed op:

  • de fysieke belasting van zorgprofessionals;
  • de zelfredzaamheid van de cliënt;
  • comfort en kwaliteit van zorg;
  • de inzet van hulpmiddelen;
  • de organisatie van zorg;
  • toekomstige investeringskeuzes.

Een mobiliteitsklasse blijft daarbij waardevol.

Maar zij vertelt niet het hele verhaal.

Mobiliteitsdynamiek als onderdeel van mijn visie

In mijn vorige blog schreef ik dat een goede investering begint bij de cliëntreis.

Mobiliteitsdynamiek vormt daarin een belangrijke bouwsteen.

Want pas wanneer we begrijpen hoe een cliënt zich ontwikkelt, kunnen we beoordelen welke ondersteuning ook op langere termijn passend blijft.

Daarom stel ik bij iedere zorgvraag niet alleen de vraag:

"Wat kan deze cliënt vandaag?"

Maar ook:

"Hoe ontwikkelt deze cliënt zich en wat betekent dat voor de zorg van morgen en de toekomst?"

Toekomstbestendige

Investeringskeuzes

Mijn visie

Ik geloof dat we cliënten tekortdoen wanneer we hen vastzetten in één mobiliteitsklasse.

Een mens is voortdurend in beweging.

Zijn mogelijkheden veranderen.

Zijn energie verandert.

Zijn zorgvraag verandert.

Daarom kijk ik niet alleen naar de mobiliteitsklasse, maar vooral naar de ontwikkeling daarachter.

Een mobiliteitsklasse is voor mij geen eindpunt, maar een vertrekpunt.

Niet de classificatie zelf, maar de ontwikkeling van de mobiliteit bepaalt welke ondersteuning én welke investeringen op langere termijn passend zijn.

Dat is voor mij mobiliteitsdynamiek

Vooruitblik naar deel 4

Mobiliteitsdynamiek laat zien hoe een cliënt zich ontwikkelt.

Maar hoe vertaal je dat vervolgens naar een toekomstbestendige investeringskeuze?

Dat is precies waar ik in het volgende deel van deze serie op inga.

Daar laat ik aan de hand van een praktijkvoorbeeld zien waarom ik investeringen niet beoordeel op basis van één transfermoment, maar vanuit de volledige cliëntreis. En waarom dezelfde zorgvraag daardoor kan leiden tot een heel andere keuze voor hulpmiddelen.

Want uiteindelijk is de vraag niet:

"Welk hulpmiddel hebben we vandaag nodig?"

De echte vraag is:

"Welke investering ondersteunt deze cliënt vandaag én morgen?"

Deze blog is onderdeel van mijn serie 'Toekomstbestendige investeringskeuzes in de zorg'.

  • Deel 1: Waarom een integrale visie op hulpmiddelen duizenden euro's kan
    besparen.
  • Deel 2: Waarom de cliëntreis belangrijker is dan het hulpmiddel.
  • Deel 3: Mobiliteitsdynamiek: waarom een mobiliteitsklasse alleen niet genoeg is.
  • Deel 4: Investeren vanuit de cliëntreis.
  • Deel 5: Het Vita Care Methodisch Denkkader.

Voor mij is een mobiliteitsklasse geen eindpunt, maar een vertrekpunt. Niet de classificatie zelf, maar de ontwikkeling van de mobiliteit bepaalt welke ondersteuning én welke investeringen op langere termijn passend zijn. Dat is voor mij mobiliteitsdynamiek.

Ik ben benieuwd hoe u daarnaar kijkt. Is een mobiliteitsklasse voor u een eindpunt of juist het vertrekpunt van een advies?