Zorgzwaarte, van cliëntvraag naar organisatievraagstuk
Zorgzwaarte stopt niet bij de kamerdeur
blog 1 van 5
Wanneer Cees steeds meer moeite krijgt om zelfstandig uit bed te komen, lijkt dat een verandering in zijn persoonlijke zorgvraag. Maar er verandert veel meer.
Transfers vragen meer tijd en fysieke inspanning. Misschien is een tweede medewerker nodig, moet de ruimte anders worden ingericht of ontstaat behoefte aan een ander hulpmiddel. Eén verandering in de cliëntreis heeft zo gevolgen voor de medewerker, het team, de kamer en uiteindelijk de hele organisatie.
De vraag is daarom niet alleen:
Wat heeft Cees vandaag nodig?
Maar ook:
Wat moeten onze medewerkers, werkprocessen en zorgomgevingen structureel aankunnen als meer cliënten dezelfde ontwikkeling doormaken?
Mensgericht
Samenhang
Vooruitdenken
Samenwerken
Een organisatievraagstuk
Wanneer de mobiliteit van een cliënt afneemt, worden dagelijkse zorghandelingen complexer. Opstaan, transfers, wassen, aankleden en positioneren vragen meer tijd, ondersteuning en fysieke inspanning.
De gevolgen werken door in de personeelsplanning, de samenwerking binnen het team, de beschikbaarheid van hulpmiddelen en de inrichting van kamers en badkamers. Uiteindelijk raken ze ook investerings- en vastgoedbeslissingen.
Beweegt de organisatie niet tijdig mee, dan komen de gevolgen bij medewerkers terecht. Zij moeten zoeken, wachten, extra lopen, een collega inschakelen of improviseren in een ruimte die niet op de veranderende zorgvraag is ingericht.
Hun flexibiliteit wordt daarmee de oplossing voor een organisatorisch vraagstuk.
Van losse oplossingen naar een vaste methode
Een extra hulpmiddel kan voor Cees passend zijn. Maar als voor iedere cliënt opnieuw een losse oplossing wordt gezocht, ontstaat versnippering. Medewerkers moeten dan per kamer bepalen wat aanwezig, geschikt en veilig te gebruiken is.
Hoewel cliënten verschillen, keren veel zorghandelingen terug. Denk aan opstaan, transfers, draaien, positioneren, wassen en toiletzorg. Door deze overeenkomsten te herkennen, kan een organisatie meer methodisch werken.
Dat betekent niet dat iedere cliënt dezelfde oplossing krijgt. De mogelijkheden, voorkeuren en ontwikkeling van de cliënt blijven bepalend. Wel kan de organisatie steeds dezelfde vragen stellen:
- Wat kan de cliënt nog zelfstandig?
- Hoe ontwikkelt de mobiliteit zich?
- Welke handelingen worden zwaarder?
- Wat vraagt dit van medewerkers, hulpmiddelen en ruimte?
- Gaat het om een individuele situatie of om een terugkerend patroon?
De methode wordt gestandaardiseerd, terwijl de toepassing cliëntgericht blijft. Zo kan de organisatie vooruitkijken in plaats van pas handelen wanneer de zorg niet meer veilig of werkbaar is.
Wie verbindt de verschillende perspectieven?
Binnen zorgorganisaties is dit vraagstuk vaak verdeeld over meerdere disciplines. De zorg kent de cliënt, ergocoaches bewaken de fysieke belasting en inkoop, HR, facilitair en vastgoed beheren ieder een deel van de randvoorwaarden.
Iedere discipline ziet een belangrijk deel. Maar wie overziet de hele keten?
Zonder samenhang blijven beslissingen reactief, terwijl veel veranderingen in zorgzwaarte vooraf te voorzien zijn.
Daarom moeten drie reizen met elkaar worden verbonden:
De cliëntreis:
hoe veranderen de mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften van de cliënt?
De personeelsreis:
wat betekenen deze veranderingen voor de werkwijze en fysieke belasting van medewerkers?
De organisatiereis:
welke keuzes zijn nodig in processen, hulpmiddelen, ruimte, opleiding en investeringen?
Wanneer de zorgvraag verandert, moet niet alleen de ondersteuning van de cliënt worden aangepast. Ook de organisatie moet vooruitkijken en meebewegen.
Want zorgzwaarte stopt niet bij de kamerdeur.
Is onze organisatie ingericht om toenemende zorgzwaarte structureel op te vangen, of rekenen we erop dat medewerkers het iedere dag opnieuw oplossen?