Samen bewegen zonder kracht
hoe haptonomie en kinaesthetics elkaar aanvullen bij samen bewegen
Een cliënt helpen opstaan, omdraaien in bed of gaan zitten: het zijn dagelijkse handelingen in de zorg. Toch vraagt iedere beweging opnieuw om afstemming. Wat kan iemand zelf? Hoe ervaart de cliënt jouw aanraking? Hoe geef je ondersteuning die beweging mogelijk maakt?
Haptonomie en Kinaesthetics bieden hiervoor aanknopingspunten. Beide besteden aandacht aan wat je in het contact en in je eigen lichaam ervaart. Vanuit die gezamenlijke basis kunnen ze elkaar aanvullen.
Aandacht
Afstemmen
Eigenregie
Samenwerken
Haptonomie: contact als basis voor begeleiding
Bij haptonomisch werken staat de kwaliteit van het contact centraal. Je bent je bewust van je eigen houding, aanraking en manier van benaderen, en merkt op hoe de cliënt daarop reageert. Je geeft ruimte aan diens tempo, grenzen en mogelijkheden.
Passievoorzorg en Solutions2care passen haptonomische principes toe in combinatie met ergonomisch werken.
Goed contact vormt daarbij de basis om de cliënt uit te nodigen tot bewegen. Door aan te sluiten bij wat iemand zelf kan, ontstaat samenwerking tijdens het begeleiden en verplaatsen.
Dat begint al vóór de beweging. Begrijpt de cliënt wat jullie gaan doen? Is er gelegenheid om te reageren? Sluit jouw ondersteuning aan bij wat de ander aangeeft? Die afstemming loopt tijdens de beweging door.
Kinaesthetics: eigen beweging ervaren en benutten
Kinaesthetics is ontwikkeld door Lenny Maietta en Frank Hatch als een leer- en interactiesysteem waarin het ervaren van de eigen beweging centraal staat. Het richt zich op het ontwikkelen van bewegingsvaardigheid, zelfstandigheid en gezondheid.
In de zorg kun je dit vertalen naar samen bewegen met aandacht voor ruimte, kracht en tijd. Waar kan de beweging naartoe? Hoeveel inspanning is nodig? En krijgt de cliënt voldoende tijd om de beweging zelf in te zetten en te vervolgen?
Kinaesthetics werkt daarbij met Massa - Ondersteuningsvlak - Gewicht. Ofwel lichaamsmassa’s of deelmassa’s en de beweegzones daartussen. Je beschouwt het lichaam als samenhangende delen die ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. Door ruimte te geven aan de beweegzones kunnen die deelmassa’s hun positie veranderen en kan het gewicht stapsgewijs worden verplaatst.
Een arm of been waarop op dat moment geen gewicht rust, heeft andere bewegingsmogelijkheden dan een lichaamsdeel dat steun geeft. Door dit te herkennen, kun je aansluiten bij de eigen beweging van de cliënt.
Botstructuur geeft richting
Ook de botstructuur biedt houvast bij het begeleiden. Via contact met de benige lichaamsdelen geef je de bewegingsrichting voelbaar aan. Het uitgangspunt is dat de cliënt die richting daardoor gemakkelijker en sneller kan (h)erkennen en de beweging zelf kan vervolgen. Dit vraagt om zorgvuldig afgestemd contact, met ruimte voor een eigen reactie.
Samenwerking
Vertrouwen
duurzaam
Inzetbaarheid
Ondersteunen waar het nodig is
Voor de zorgprofessional betekent dit ook: bewust omgaan met de steun die je geeft. Wanneer je onnodig lichaamsgewicht overneemt, door bijvoorbeeld een arm onder de oksel te plaatsen voor het komen tot staan. Zo wordt je zelf het ondersteuningsvlak van de cliënt. Dat vraagt inspanning van jou en kan de ruimte voor het eigen bewegen van de cliënt verkleinen.
De vraag is daarom steeds: welke ondersteuning helpt deze cliënt op dit moment? Soms is dat een duidelijke aanraking of een kleine aanpassing in richting. Soms zijn meer ondersteuning en passende hulpmiddelen nodig.
Door deelmassa’s na elkaar te begeleiden en de beweegzones ruimte te geven, onderzoek je hoe de beweging met minder inspanning kan verlopen. Je sluit aan bij de gewichtsverplaatsing en bij de steun die de cliënt zelf kan benutten.
De uitdrukking samen bewegen zonder kracht verwoordt het streven om met zo min mogelijk onnodige spierkracht te begeleiden. Bewegen vraagt uiteraard inspanning; het gaat om een doelmatige verdeling daarvan.
De aanvulling in praktijk
Bij het opstaan uit een stoel komen beide benaderingen samen. Vanuit haptonomie stem je af: is er contact, voelt de cliënt zich voldoende vertrouwd en past jouw tempo? Vanuit Kinaesthetics onderzoek je hoe de cliënt het gewicht kan verplaatsen, welke deelmassa’s bewegen en welke steun beschikbaar is. Met je contact maak je de richting voelbaar en geef je de cliënt tijd om de beweging te herkennen en te vervolgen.
Contact en bewegingsinzicht versterken elkaar zo. Je voelt wat er gebeurt, geeft de cliënt tijd en past je ondersteuning aan.
Daar ligt de waarde voor de dagelijkse zorg: samen onderzoeken hoe bewegen mogelijk wordt, met aandacht voor de zelfstandigheid van de cliënt én de lichamelijke belasting van de zorgprofessional.