Investeren vanuit de cliëntreis
Waarom de juiste investering verder kijkt dan vandaag
Mobiliteitsdynamiek is pas waardevol als je er ook naar handelt
In mijn vorige blog introduceerde ik het begrip mobiliteitsdynamiek.
Niet omdat mobiliteitsklassen niet waardevol zijn. Integendeel.
Ze geven belangrijke informatie over wat een cliënt op dat moment zelfstandig kan en waarbij ondersteuning nodig is.
Maar ze beschrijven vooral een momentopname.
Mobiliteitsdynamiek kijkt juist naar de ontwikkeling van de mobiliteit.
En daarmee ontstaat automatisch een nieuwe vraag.
Wat betekent die ontwikkeling voor de investering die we vandaag doen?
Dat is precies waar deze blog over gaat.
Cliëntreis
Mobiliteitsklasse
Mobiliteitsdynamiek
integraal denken
"We denken aan een lig-zitbed…"
Tijdens een werkbezoek vertelt een ergotherapeut mij:
'De transfer van lig naar zit wordt steeds zwaarder volgens het zorgpersoneel. Wij denken aan een hoog/laag bed met lig/zitfunctie in één'.
Een logische gedachte.
En eerlijk? Velen zullen waarschijnlijk hetzelfde willen adviseren.
Maar ik stel eerst een andere vraag.
Hoe ziet de cliëntreis eruit?
Want pas wanneer ik weet hoe de zorgvraag zich ontwikkelt, kan ik beoordelen welke investering ook over vijf of tien jaar nog waarde toevoegt.
Vooruitkijken is niet nieuw
Binnen de Wmo wordt bij progressieve aandoeningen vaak niet alleen gekeken naar de huidige situatie, maar ook naar de verwachte ontwikkeling van de beperkingen. Daarmee wordt voorkomen dat een voorziening al na korte tijd niet meer aansluit bij de zorgvraag.
Die manier van denken inspireert mij.
Waarom zouden we dat principe niet veel breder toepassen?
Niet alleen binnen de Wmo. Maar ook bij investeringskeuzes in verpleeghuizen, gehandicaptenzorg, revalidatiecentra en ziekenhuizen.
Want ook daar investeren organisaties in hulpmiddelen die vaak tien jaar of langer meegaan.
Maak kennis met Anne
Anne is 68 jaar jong, woont in een zorginstelling en is nog redelijk zelfstandig. Door een progressieve spierziekte neemt haar spierkracht langzaam af. In de ochtend kan ze nog zelfstandig op rand van het bed komen zitten. Met lichte ondersteuning lukt het haar om op te staan. Haar mobiliteitsklasse is hier B.
Wanneer alleen naar deze observatie wordt gekeken, lijkt een hoog/laag bed met lig/zit functie een logische oplossing
De middag
Aan het einde van de middag verandert de situatie. Anne is vermoeider.
Haar spierkracht neemt af. De rompbalans wordt minder.
Opstaan kost meer inspanning. Transfers worden zwaarder.
Niet alleen voor Anne. Ook voor de zorgprofessional.
Toekomstbestendig
TCO
Werkbaar
duurzaam inzetbaarbaar
De prognose bepaalt de denkrichting
Op basis van het ziektebeeld verwachten we dat de mobiliteit van Anne de komende jaren geleidelijk zal veranderen.
Dat betekent niet dat we precies weten wanneer bepaalde ondersteuning nodig is.
Maar we weten wél dat de zorgvraag waarschijnlijk niet hetzelfde blijft. Dit betekent dat Anne ingeschaald kan worden in mobiliteitsdynamiek Progressief. Dat wil zeggen dat zij misschien over drie maanden, een half jaar of één jaar niet meer zonder hulpmiddel kan opstaan en dat dan een een sta op hulp of stalift een passende oplossing. En/of al in de avond door de verminderde rompbalans hulp nodig heeft bij het van zit naar lig komen en goed in bed te komen liggen.
En wanneer ook de stafunctie verder afneemt, kan uiteindelijk een passieve transfer noodzakelijk worden, waardoor een tillift of plafondlift in beeld komt.
De exacte timing is onzeker.
De richting van de ontwikkeling vaak niet.
Juist daarom neem ik de prognose mee in mijn advies. Niet om vooruit te lopen op de zorgvraag van morgen. Maar om te voorkomen dat de investering van vandaag de mogelijkheden van morgen beperkt.
Dan verandert ook de vraag
Kijk je alleen naar de momentopname en de cliënt gaat achteruit, beginnen veel organisaties op dat moment opnieuw te kijken.
Er wordt een nieuw hulpmiddel aangeschaft. En later nóg één. Dat is begrijpelijk. Maar volgens mij kunnen we een betere vraag stellen.
Niet:
"Welk hulpmiddel hebben we vandaag nodig?"
Maar:
"Welke investering ondersteunt Anne gedurende haar hele cliëntreis?"
Twee manieren van kijken
Dan ziet dezelfde situatie er anders uit
Wanneer ik vanuit de cliëntreis kijk, ontstaat een andere oplossing.
Ik zie een investering die kan meegroeien. Bijvoorbeeld een XY-plafondliftzorgsysteem.
Vandaag ondersteunt het de transfer van lig naar zit in combinatie met een glijdeken.
Met een glijdeken helpt het Anne bovendien om zich zelfstandig binnen de grenzen van het bed te verplaatsen.
Wanneer de spierkracht afneemt, kan aan hetzelfde railsysteem eenvoudig een plafondstalift worden toegevoegd.
Neemt de mobiliteit op de dag verder af? Kan Anne wanneer ze meer moe is, gebruik maken van de plafondlift met tweepuntsjuk en tweepuntstilband. En bijvoorbeeld bij goede momenten met de stalift naar het toilet.
Wanneer staan niet meer mogelijk is, ondersteunt dezelfde plafondlift ook de passieve transfers.
Niet omdat het hulpmiddel centraal staat. Maar omdat de investering meebeweegt met de ontwikkeling van de cliënt.
Een mobiliteitsklasse vertelt wat Anne vandaag kan. Haar mobiliteitsdynamiek laat zien welke ondersteuning zij morgen nodig heeft. Juist dát bepaalt voor mij de juiste investering.
Toekomstbestendige zorg
Duurzame inzetbaarheid
Schaken in plaats van dammen
Hulpmiddelen worden vaak aangeschaft voor tien jaar of langer.
Waarom beoordelen we ze dan op basis van één observatiemoment?
Voor mij lijkt investeren op schaken. Je denkt meerdere zetten vooruit.
Niet: "Wat lost het probleem vandaag op?"
Maar:
"Welke investering ondersteunt de ontwikkeling van deze cliënt de komende jaren?"
Juist daardoor voorkom je dat investeringen elkaar in hoog tempo opvolgen.
Meer dan alleen aanschafkosten
Een investering heeft invloed op veel meer dan de aankoopprijs.
Zij bepaalt mede:
- de fysieke belasting van zorgprofessionals;
- de zelfredzaamheid van de cliënt;
- comfort en kwaliteit van zorg;
- het aantal benodigde hulpmiddelen;
- onderhoud en vervanging;
- de Total Cost of Ownership (TCO);
- de werkbaarheid van de zorg.
Total Cost of Ownership
Wanneer een investering kan meegroeien met de cliënt, verandert ook de TCO.
Niet alleen omdat minder hulpmiddelen hoeven te worden aangeschaft.
Maar ook doordat:
- minder vervangingsinvesteringen nodig zijn;
- onderhoud efficiënter georganiseerd kan worden;
- zorgprofessionals met hetzelfde systeem blijven werken;
- implementatie eenvoudiger wordt.
Daarom kijk ik altijd integraal.
Niet alleen naar de aanschafprijs.
Maar naar de totale waarde gedurende de volledige levensduur van de investering.
Het verschil wordt zichtbaar
Mijn Visie
Ik geloof dat de grootste besparing in de zorg niet ontstaat door goedkoper in te kopen.
De grootste besparing ontstaat door slimmer te investeren:
- Niet vanuit één transfer.
- Niet vanuit één hulpmiddel.
- Niet vanuit één observatiemoment.
- Maar vanuit de volledige cliëntreis.
Want uiteindelijk investeren we niet in producten. We investeren in mensen. En daarom begint iedere investering voor mij bij de cliëntreis.
Vooruitblik naar deel 5
Toch blijft één belangrijke vraag over.
Hoe zorg je ervoor dat deze manier van denken niet afhankelijk is van één adviseur of ergotherapeut?
Hoe maak je dit onderdeel van het dagelijkse besluitvormingsproces binnen een zorgorganisatie?
Dat is precies waarom ik het Vita Care Methodisch Denkkader heb ontwikkeld.
In het laatste deel van deze serie laat ik zien hoe ik stap voor stap van zorgvraag naar toekomstbestendige investeringskeuzes werk.
Ik ben benieuwd naar uw visie
Bij investeringskeuzes kijken we vaak naar de zorgvraag van vandaag.
Maar in hoeverre kijkt uw organisatie ook naar de ontwikkeling van de cliënt over de komende jaren?
Ik ben benieuwd hoe u dit in de praktijk meeneemt bij het adviseren of aanschaffen van hulpmiddelen.